Burgemeester Van der Laan opent The Bank

21 april 2011
The Bank, Amsterdam

Op woensdag 20 april heeft de Amsterdamse burgemeester Van der Laan het gebouw The Bank aan het Rembrandtplein tijdens een groot feest officieel geopend.

Kees Rijnboutt tijdens de opening:

Zeer geachte Burgemeester, Beste Eberhard, zeer geachte Opdrachtgever, Beste Lesley, Zeer geachte Dames en Heren, beste Vriendinnen en Vrienden,

Bijna een decennium geleden zag ik het gebouw, dat nu The Bank heet, voor het eerst met architecten ogen. Natuurlijk had ik het enorme loodzware bank gebouw, dit Palazzo Pitti van Amsterdam, eerder gezien. Ik had vaak door de arcade aan de Utrechtsestraat gelopen, maar ik kende het gebouw niet echt. Op zoek naar z’n wortels vond ik dat het ooit ontworpen werd door vader en zoon Ouëndag die Berlage vroegen samen met hen de klus te klaren. Architecten van naam en prestige, gekozen voor de hoofdzetel van de Amsterdamse Bank. J.B Ouëndag, de vader, werkte vanaf 1926, na jaren van voorbereiding, aan de hoofdopzet, de doorsnedes en plattegronden, Berlage aan de plastiek van het gebouw en de gevels. Uit de tekeningen straalt hun zorg, liefde, emotie en vakmanschap je tegemoet. Het ging niet gemakkelijk getuige een in het NAI teruggevonden brief van Ouëndag aan Berlage van 12 maart 1927,

“Waarde Berlage, schrijft hij, Daar ik reeds een vorige keer U de vele en vele moeilykheden heb uiteengezet, die ik met de plannen van de A.B. heb ondervonden, wil ik daaromtrent nu het stilzwygen bewaren, doch enkel aanstippen, dat wanneer het iets langer had geduurd, ik geloof ik zenuwziek zou zyn geworden, want het werd te bar. Ook nu nog zyn de moeilykheden niet van de lucht en maakt de Directie het me niet makkelyk, doch slik ik alles maar, in de hoop, dat ten slotte alles wel in orde zal komen”.

Het kwam ondanks nogal wat problemen in orde, het gebouw werd in 1932 zonder enige plichtpleging in gebruik genomen en Ouëndag en Berlage werden, dat nog wel, genood met de directie van de Bank op 24 november 1932 aan ‘het middagmaal’ aan te zitten.

Het gebouw was sober maar prachtig gedetailleerd, voorzien van de modernste techniek en airconditioning, maar het werd naar de toen geldende mode in de jaren zestig van de vorige eeuw, ingrijpend gemoderniseerd, ontdaan van z’n prachtige, maar te deftig geachte detaillering, verdubbeld in oppervlak en met het dicht bouwen van het atrium werd het oorspronkelijke concept eigenlijk schaamteloos vernietigd. Bij die gelegenheid verscheen ook het modernistisch daklandschap, in de volksmond snel tot Tenten- of Nomadenkamp en Overgekookte melkpan gedoopt. Het zou volgens de overlevering door stadsbouwmeester Merkelbach zijn voorgeschetst maar door alle critici, Karel Wiekart en J.J. Vriend voorop, destijds als een mislukking gekwalificeerd. Inmiddels, zo kan het gaan, is het dak onderdeel van het gemeentelijk monument en in de redengevende omschrijving, volgens mij ten onrechte als vroeg voorbeeld van het structuralisme expliciet genoemd.

Dit alles is geschiedenis, achteraf terugzocht. Toen ik het gebouw, zoals ik al zei, destijds voor het eerst in de ogen keek, leek het in diepe slaap, stil en leeg. Maar toen ik binnen en buiten goed had gekeken, bleek het gebouw door de jaren leegstand onttakeld, verkommerd, een labyrint verminkt door willekeur en eerder bewusteloos dan in slaap. En tussen de coulissen hoorde ik het woord sloop fluisteren.

Maar er was ook troost: schitterende ornamentiek en beeldhouwwerk van Lambertus Zijl, een toren zoveel is zeker, van de hand van Berlage, een schitterende trapleuning, fragmenten van briljant gedetailleerde ramen van Ouëndag, en bovenal een prachtig georkestreerd ensemble op een heel interessante plek in de stad. Architectuur heet ‘gelukkig’ een langzame kunst te zijn. Of het echt een Kunst met grote K is, daar moeten we het maar een andere keer over hebben, laten we het nu erop houden: dat het meer dan een kunstje is en ieder nadeel heeft z’n voordeel, gelukkig vooral een langzame kunst. Er brak een tijd aan van oefenen, hypothesen formuleren, samen met de opdrachtgevers het gebouw leren kennen, zeker te weten komen dat het gedeukte instrument minstens tot weerklinken kon worden gebracht. Toen Kroonenberg groep in 2006 enig eigenaar van het gebouw werd wisten Lesley Bamberger en wij, mijn collega Frederik Vermeesch en ik, zoveel van het gebouw dat we overtuigd waren dat het kon. Wat er precies “kon” moest nog ontrafeld worden, maar het was meer dan voldoende om met Lesley en z’n team een echte strategische afspraak te maken: we zouden het gebouw z’n ziel, z’n hart teruggeven en het zonder flauwe reconstructie trucs bij zich zelf, bij de jaren twintig van de vorige eeuw toen het ontstond, terug brengen. We zochten en vonden referenties bij Larkin Building van Frank Lloyd Wright, Chrysler Building en Holland House van Berlage in Londen. Zo braken vier jaar van buiten gewoon intensief overleg aan. Onze beide teams bespraken iedere ingreep en de kring van adviseurs groeide en Midreth werd de uitvoerende partij. Lesley en ik bespraken letterlijk ieder detail, steeds toetsend aan het idee de partituur van het gebouw opnieuw te interpreteren en de geur van de jaren twintig erin terug te brengen. Wij architecten kregen een opdrachtgever die meer en meer ruimte maakte voor een interpretatie die van de kleinste voeg tot de weer stralende gevels en het totaal opnieuw gedetailleerde zinken daklandschap, reikt. En het licht kwam het gebouw weer binnen. Er werd in het oude gebouw bijna twee jaar gesloopt en er werd van 3000m2 potentieel kantooroppervlak lucht en licht gemaakt. En vandaag staat u hier in het teruggewonnen hart van The Bank, letterlijk is deze lichthof, dit atrium, teruggehakt uit de verkommerde substantie die we destijds gevonden hadden.

Alle vloeren waren hier met beton dicht gestort en met groot geweld, zo gaat dat, is dit atrium opnieuw gemaakt. Natuurlijk kreeg het gebouw, na intensief overleg met Bureau Monumenten en Archeologie Amsterdam, om de nieuwe retail functies te faciliteren nieuw daglicht, grote ramen en entrees in de granieten plint op de hoek van de Amstelstraat en het plein en in de weer glanzende arcade. En onzichtbaar maar evident werd het gebouw ook een zeer duurzaam A+ gelabeld complex en is het naar hedendaagse norm minstens zo modern als bij z’n geboorte. Het gebouw heeft zoveel te vertellen dat ik in dit bestek alleen de essentie kan memoreren, maar bij die essentie horen ook zeker de prachtige beelden, die u onderweg hier naar toe zag, van Eja Siepman van de Berg die zo trefzeker het gekozen concept ondersteunen. Ik, wij opdracht gever, ontwerpers, adviseurs, bouwers staan aan het eind van een fantastisch proces van ontwerpen en maken. Opnieuw met liefde, emotie en vakmanschap doordrenkt.

Het gebouw bestaat weer met hart en ziel. Het gebouw spreekt weer voor zichzelf. The Bank gaat officieel vandaag open, dat het voor de Stad behouden bleef noem ik een heldendaad.

Kees Rijnboutt 15 april 2011

Zie ook: PropertyNL.