Stadspaleis en huiskamer voor de stad

Test subtitel

15 april 2020
Post Utrecht

Publicatie Bouwwereld

Het monumentale postkantoor aan de Neude wordt, na jarenlange sluiting, teruggegeven aan de stad. Het moet dé nieuwe ontmoetingsplek in Utrecht worden. De bibliotheek, de grootste gebruiker van het pand, noemt het bescheiden de huiskamer van de stad, maar de bakstenen kolos oogt meer als stadspaleis. Het ongenaakbare gesloten gebouw is op diverse plekken opengebroken om contact met de stad visueel en fysiek te verbeteren. De combinatie met horeca en winkels in een nieuwe vleugel maakt het voor nog meer mensen toegankelijk.

 

Op 14 januari 2014 presenteerde Frederik Vermeesch van Rijnboutt architecten het plan voor de transformatie van het voormalige postkantoor aan de Neude tot hotel, horeca en retail aan de Commissie Welstand en Monumenten van de gemeente Utrecht. Vermeesch: “De dag ervoor had de Utrechtse gemeenteraad het plan voor de nieuwe megabibliotheek op het Smakkelaarsveld weggestemd, met één stem verschil.De presentatie had hierdoor een vreemd karakter, omdat toen al duidelijk was dat het postkantoor een geweldige locatie voor de centrale bibliotheek in de binnenstad zou zijn.” Eigenaar en ontwikkelaar van het gebouw a.s.r. real estate, en de Bibliotheek Utrecht vonden elkaar en Rijnboutt behield de opdracht voor de transformatie, maar wel met een gewijzigd programma: het hotel eruit, de bibliotheek erin. Voor het interieurontwerp van die laatste functie werd Zecc architecten aan het ontwerpteam toegevoegd. Februari 2020 verhuist de bibliotheek van de Stadhuisbrug naar de Neude. Vanwege het Coronavirus is de opening op 13 maart 2020 helaas uitgesteld, maar het gebouw is er helemaal klaar voor.

Aansluiting op stedelijk weefsel

In 2015 werden de eerste plannen gemaakt voor de herontwikkeling van het postkantoor tot huisvesting van winkels en de bibliotheek. De bibliotheek had behoefte aan een stadsstudiezaal, een brasserie en een auditorium. Voor de brede openbare functie van het rijksmonument was een betere verknoping met het stedelijk weefsel van Utrecht van belang.

Post Utrecht 1

84723/collectie Het Utrechts Archief

Het ontwerp uit 1918 van het gebouw van adjunct-rijksbouwmeester Joop Crouwel (1885-1962) – overigens regelrecht afgeleid van het eerdere ontwerp voor het hoofdpostkantoor aan de Coolsingel in Rotterdam – had een monumentale publieksentree aan de Neude en de expeditiehof aan de Oudegracht. Met deze opzet sloot hij aan bij het stedenbouwkundige plan van Berlage uit 1917, waarin het belang van de Oudegracht ondergeschikt was aan publieksplein de Neude en de te verbreden Potterstraat als belangrijke verkeersader. Een eeuw later heeft de Oudegracht heeft zich ontwikkeld tot belangrijke publieksroute met winkels en horeca en de Potterstraat weliswaar een belangrijke verkeersader voor bussen, fietsers en voetgangers, maar niet meer voor autoverkeer.

Naar binnen gekeerd gebouw

De KPN verkocht in 2008 het gebouw aan a.s.r. en het duurde tot 2011 tot het postkantoor definitief de deuren sloot. Tot voor kort was het een naar binnen gekeerd gebouw. Vanaf de entree aan de Neude kwam de bezoeker via een donkere lage voorportaal in de overweldigende publiekshal, het stralende hart van het gebouw, met een bijna sacrale sfeer. Architect Bart Kellerhuis van Zecc: “Die monumentale hal was tevens het eindpunt van het bezoek en je kon het gebouw alleen via dezelfde kant weer verlaten. Met de functieverandering en de ingrepen die we nu in het gebouw hebben gedaan, is de hal nu juist het beginpunt geworden en opent het gebouw zich naar alle kanten. In de nieuwe situatie is bijna het hele gebouw publiekstoegankelijk, een echte ontmoetingsplek.”

Post Utrecht 2

 

Nieuwe entrees

Aan de Oudegracht is op de plaats van de oude expeditie en het gesloopte transformatorhuis voor de telefooncentrale een nieuwbouwblok gerealiseerd met veel glas en twee entrees naar de winkels. Ook in de oudbouw zijn twee nieuwe entreepuien gekomen voor twee nieuwe winkels aan de Oudegracht. Aan de zijde van de Neude is een extra entree gemaakt naar de fietsenstalling in het souterrain. De expeditie van de winkels gaat via een verdiepte entree aan de Drakenburgstraat. Aan de Potterstraat tenslotte, zijn twee nieuwe entrees gemaakt naar een supermarkt in het souterrain en naar een café-restaurant op de bel etage, die gelijkvloers toegang geeft tot de hoge hal.

Licht en doorzicht in de hal

Wanneer je vanaf de nieuwe entree aan de Potterstraat de trap oploopt, kun je via nieuwe vensters de binnengevel van de hal met het rijkswapen al zien. Dat is mogelijk doordat in de kopgevels van de voorheen zo gesloten hal nieuwe vensters gemaakt zijn. Op de eerste ontwerptekeningen is nog te zien dat de architecten de drie bogen geheel wilden openen, maar dat was vanuit monumentenoogpunt een stap te ver. Vermeesch: “Nu zijn er grote vierkante vlakken letterlijk uit de muren gezaagd, maar wel zo zorgvuldig, dat het hele strakke kaders om het glas vormt.” Kellerhuis vult aan: “Het licht komt niet meer alleen van boven in de hal, maar ook van opzij. Als je vanuit de hoofdentree de hal inloopt, zie je rechts het licht vanuit het café vanaf de Potterstraat en links vanuit de hal met de roltrappen naar de bibliotheek.” Ook naar het Laboratorium en de afdeling Reizen, ter weerszijden van de hoofdentree, zijn visuele en fysieke verbindingen gemaakt. Aan de zijde van de hoofdentree is langs hal is een soort kloostergang gemaakt, zodat je tijdens evenementen in de hal, eromheen kunt lopen naar de andere functies in het gebouw. De nieuwe doorgangen zijn strak vormgegeven rechthoekige witgestucte kaders met een aluminium bies.

In de nissen aan overzijde zijn tijdschriften en kranten ondergebracht. De wanden daarachter zijn helaas gesloten, daar zijn de winkelruimtes aan de Oudegracht. De hal zelf is weinig veranderd: Kellerhuis: “Dit is zo’n geweldige ruimte, die moet je in haar kwaliteit en schoonheid zoveel mogelijk behouden. Sterker nog, door doorzichten hebben we deze ruimte vanuit meerdere kanten ervaarbaar gemaakt, op de begane grond en de 1e verdieping.”

Onzichtbare installaties

Met verplaatsbaar meubilair, akoestische panelen en tapijten kan de ruimte op diverse manieren worden ingedeeld, zodat de hal voor verschillende doeleinden kan worden gebruikt. Klimaatinstallaties zijn onzichtbaar. Vermeesch: “Architect Crouwel had al een prima ventilatiesysteem ontworpen, via perforaties in het metselwerk, in de bogen en in de kopgevels. Daarvan maken we nu ook gebruik. Tussen de omgangen en nissen op begane grond en de verdiepingsvloer zit een 3 meter hoge ruimte, waar vroeger de vele kabels van de telefooncentrale doorliepen. Die ruimte biedt ruimschoots plaats aan alle leidingen van de installaties. Het klimaat blijft toch iets minder dan de overige ruimtes, ’s winters iets kouder en ’s zomers iets warmer.” Ook de akoestiek is niet perfect: “de ruimte heeft een kerkachtige nagalm, waardoor die minder geschikt is als auditorium. Wel hebben we op de rondgang akoestische voorzieningen aangebracht.”

Opvallende toevoegingen in de hal zijn de drie strakke armaturen met cirkelvormige lichtlijnen die in de hal hangen. De lichtsterkte wordt aangepast aan de hoeveelheid daglicht en aan het gebruik van de hal. Ook zijn er boven de glaskoepel leds aangebracht, waarmee de sfeer in de hal kan worden aangepast.

Nieuwbouw: eigentijdse interpretatie van Crouwel

Voor het hele programma was meer ruimte nodig dan de oudbouw bood. Voor de uitbreiding is de rommelige zijde van de Oudegracht gekozen. Vermeesch: “De expeditiehof paste niet op die plek, het was een ‘gat’ in het stedelijk leven.” Het transformatorhuis annex garage zijn afgebroken. Een uitgebreid archeologisch onderzoek, die de ontwikkeling vertraagde maar ook bijzondere vondsten opleverde, ging vooraf aan de bouw van een nieuwe diepe kelder, waarin een supermarkt is gevestigd. Daarboven is een staalconstructie met kanaalplaatvloeren en staalplaatbetonvloeren gemaakt. Op de begane grond en verdieping zijn vier nieuwe winkelruimtes gemaakt, die zich uitstrekken tot in de oudbouw. In het interieur van de winkels is de oude buitengevel van het postkantoor zo veel mogelijk intact en in het zicht gehouden, glazen vloerstroken op de verdieping maken het mogelijk om langs de oude gevel te kijken. De roltrappen doorsnijden de gevel wel en ook andere sparingen waren noodzakelijk om er een bruikbare winkelruimte van te maken.

Post Utrecht 3

 

Architectonisch beton

De gevel bestaat uit architectonisch beton (wit cement met natuursteen granulaat, Decomo België) ter plaatse van de entrees, en daarboven keramische gevelbekleding van Koninklijke Tichelaar en grote aluminium puien. Hoewel de materialisering van de gevels geheel afwijkt van het bestaande gebouw, heeft in geleding en volume wel een duidelijke connectie ermee. Vermeesch: “We zochten naar een architectuurtaal die eigenheid toevoegt, maar ook voldoende verwantschap toont met het bestaande. Op basis van de analyse van de architectuur van Crouwel hebben we een ontwerp toolbox samengesteld. Hierbij keken we naar de geleding in open en gesloten delen, de volumeopbouw en de textuur van de gevel. De verticale belijning, het reliëf en de ornamentiek zijn vertaald in keramische gevelelementen met een gemêleerde glazuur, die samen met Koninklijke Tichelaar zijn ontwikkeld.”

Nieuwe vensters

Op de oude plek van de geldautomaten in de gevel aan de Potterstraat, bij de hoek van de Oudegracht, zijn op beide verdiepingen twee nieuwe vensters gemaakt Deze zijn bijna niet van de originele te onderscheiden. Dorpels en vensterbanken zijn afkomstig van de beganegrondgevel om de hoek aan de Oudegracht, daar zaten vier vensters die plaats hebben gemaakt voor een nieuwe winkelentree. Verderop aan de Potterstraat hebben de twee nieuwe entrees dezelfde vorm en kleur als de entrees aan de Oudegracht.

Post Utrecht 4

 

Auditorium en Stadsstudiehuis

Boven de winkels is in de nieuwbouw op de 2e verdieping de brasserie en op de 3e het auditorium. Beide hebben aan de Oudegracht grote vensters. Vermeesch: “We maken de stad deelgenoot van de activiteiten, het is in onze ogen namelijk een misvatting dat ‘altijd donker’ voor een auditorium een vereiste is. Dat is bij veel activiteiten niet nodig.” Andersom heeft het publiek een mooi uitzicht op het historische stadscentrum. Dankzij verduisterende gordijnen en een uitrolbaar doek kan het ook dienst doen als filmzaal. De doos-in-doosconstructie isoleert het geluid. Het auditorium heeft een adres aan de Oudegracht en is ook toegankelijk via de bibliotheek.

De zolderverdieping van de bibliotheek heeft een fijne sfeer, mede dankzij de houten spanten die in het zicht zijn gelaten Grote, mooi gedetailleerde vensters in de kappen zorgen voor daglicht en fenomenale uitzichten. Op deze verdieping zijn meer rustige ruimtes: Kleine studieruimtes met moderne glazen wanden en het Stadsstudiehuis, een leeszaal in twee niveaus, de hoogste is ook toegankelijk voor invaliden, de lagere voor mensen die iets meer afgezonderd willen zitten.

Het oude gesloten gebouw is ook hier opengebroken en biedt een grote variëteit aan ruimtes, voor veel verschillende activiteiten voor alle Utrechters, hier moet iedereen zich thuis kunnen voelen.

Tekst: Jacqueline Knudsen

Fotografie: Kees Hummel